Het slaan van munten uit gouden en zilveren plaatjes vond tot het einde van de zeventiende eeuw plaats met stalen stempels en een hamer. De man die de munten sloeg had de beschikking over twee stempels: het onderstempel en het bovenstempel. Het onderstempel stond vast in een houten blok en het bovenstempel hield hij met de hand op zijn plaats. Een blanco muntplaatje werd tussen de beide stempels gelegd, waarna de munter met de zware hamer een klap gaf op het bovenstempel. De kracht van de hamerslag bracht gelijktijdig de beide afbeeldingen van de stempels over op het plaatje. De voorkant en de achterkant van de munt werden dus tegelijk van een afbeelding voorzien.
Rond 1670 deden nieuwe muntmachines hun intrede in de Noordelijke Nederlanden, namelijk de pletmolen, de ponsmachine en de schroefpers. De pletmolen plette de metaalrepen tot de dikte van een munt, de ponsmachine sneed uit deze metaalrepen ronde muntplaatjes en de schroefpers verving de hamerslag. Deze machines maakten de muntproductie een stuk sneller en gaven de munten een regelmatiger vorm.
In eerste instantie zagen de munters de komst van deze machines met argusogen tegemoet. Zij vreesden dat de komst van machines de mensen overbodig zou maken en zij hun baan zouden verliezen. Het bleek allemaal mee te vallen. Zelfs een kleine schroefpers moest door tenminste drie man bediend worden en een grote zelfs door minstens vijf.
Niet alleen de munters waren gekant tegen de schroefpers. Ook de overheid had haar twijfels. De schroefpers maakte, in vergelijking met de vertrouwde hamerslag, aanzienlijk minder geluid. Aan de klappen van de hamers konden buitenstaanders horen dat de muntslag in volle gang was. Het geluid van de nieuwe schroefpers was echter zo gering dat kwaadwillenden in het geheim zouden kunnen munten. De overheid vreesde dat de nieuwe pers daarom sneller zou aanzetten tot het vervalsen van munten. De technische vooruitgang viel echter niet te stuiten, zodat tegen het einde van de eeuw in alle munthuizen de nieuwe muntmachines hun intrede hadden gedaan. In de Utrechtse Munt werden de eerste schroefpers en pletmolen geïnstalleerd in juni 1671.
www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman