De werkelijke muntslag werd verricht door de muntgezellen en hun personeel. De productie van munten bestond voor het grootste gedeelte uit zwaar lichamelijke arbeid. Iedere munter kreeg aan het begin van een werkdag van de muntmeester het goud en zilver waaruit hij de munten moest maken. De muntmeester hield precies bij hoeveel iedere werkman kreeg, zodat er niets achtergehouden kon worden. De muntstempels kregen de munters van de waardijn. De oudste muntgezel droeg de titel smidmeester en gaf leiding aan de overige muntgezellen. De jongste muntgezel ging op hoogtijdagen gekleed in een veelkleurig ambtskostuum dat versierd was met bellen.
In sommige steden, waaronder Dordrecht en Antwerpen, waren de muntgezellen verenigd in het serment van munters. Het serment vertegenwoordigde de belangen van de muntgezellen en had vergelijkbare rechten als de gilden. Binnen Utrecht heeft een dergelijk serment aan de provinciale Munt nooit bestaan. Waarschijnlijk ontbrak in Utrecht de historische basis voor de totstandkoming van een serment en was ook het aantal muntgezellen hiervoor te klein. Het aantal muntgezellen was niet constant en ook de definitie muntgezel varieerde in de tijd. In 1617 waren er zestien muntgezellen aan de Munt werkzaam, terwijl er in het instructieboek in de periode van 1706 tot 1740 slechts vier tot acht tekenden. In de tweede helft van de achttiende eeuw nam het aantal muntgezellen toe en lag hun aantal tussen de negen en dertien. Pas in het begin van de negentiende eeuw nam het aantal muntgezellen verder toe.
...
... Jannemansoon
Claes Jansz
Cornelis Jansz
Faes
Gijsbert Dircksz
Henrick Henricksz
Jan Corsz
Jan Dionijss
Jan Jansz
Peter Claesz
Peter Wijnoltsz
Willem
Willem Thomasz
Achterberg, Jacobus
Berlijn, Jan
Bitter, Steven
Bol, Jan
Bosch, Nicolaas van den
Bree, Matthijs van
Breevoort, Hendrik
Brieder, Cornelis de
Brieder, Nicolaas de
Broex, Willem
Bronkhorst, Willem
Bruijn, Jacob Willem de
Degenaer, Maurits
Deventer, Jan van
Dokkum, Nicolaas van
Eernen, Jacob van
Eijckell, Aernt Evertsz inden
Engelen, Henrick van
Franchimont, Johan Clemensen van
Fuijk, Nicolaas de
Gelder, Johannes van
Godron, Christiaan Jacobus
Godron, Isak
Godron, Jacobus
Godron, Nicolaas
Gorgon, Gelis Coerts
Graaf, Hermanus de
Graef, Wijnolt Jansz de
Groeningen, Lambert Jansz van
Gronsvelt, Claes Jansz
Groot, Cornelis de
Groot, Jan de
Groothuijsen, Johan Hendrik
Haak, Johannes
Haersten, Hendrik Ernst van
Hasselt, Jan Dircksz van
Holjé, Simon
Hoos, Justus Hendrik de
Ingen, G van
Ingen, Jan Hendrik van
Jordaen, Reijer
Camerick, Jan Jansz van
Keijser, Cornelis Eerstensz
Knipping, Andries
Colmans, Frederik
Comans, Gabriël
Comans, Henrick
Kool, Cornelis Janse
Kool, Jan
Kool, Nicolaas
Craeijwijnckell, Jacob Aertsz
Louter, Servaas de
Maire, Abraham le
Man, Claes Jansz de
Man, Jan de
Manloo, Abraham van
Meulenbeek, Gerrit
Milfort, Johan
Milfort, Johannes
Noort, Antony van
Nooteboom, Willem
Paets, Hendrick Henricks
Pecksteijn, Johannes
Pierson, Jacques Carnegui
Pinksteren, ...
Plage, Adam Geerts van
Quali, Dirck Dircks
Redeman, Johannes Dircksz
Reppel, Willem
Rhijn, Frans van
Riel, Willem van
Roijenhoff, Jan Sweeren
Rooij, Nicolaas de
Rooijen, Adrianus van
Santen, Jan van
Schadé, Johannes
Schaik, Adrianus van
Scheffer, Wennaart
Serck, Mattheus
Sittert, Peter Claesz van
Solingen, Adriaan
Solingen, Casper van
Solingen, Gerbrand van
Stalburgh, Gillis
Storm, Abram
Struijs, Wilhelm
Valburg, Johannes
Valburg, Willem
Vermaet, Jan Jansz
Vlasbol, Johan Kremer
Vooght, Hendrik de
Vorst, Johannes van
Vos, Jacob
Vredenburg, Hendrik
Vrelant, Roelof
Vrij, Ancelmus de
Vrij, Nicolaas de
Wijndeltsen, Peter
|