Matthijs van Beeck, gedoopt in de Dom op 25 januari 1656, werkzaam op de Munt tussen 1682 en 1715, waarschijnlijk zoon van Jan van Beeck en Petertje Peters.

Van 1683 tot 1715 was Matthijs van Beeck als noodhulp werkzaam aan de Munt. Hij stal in 1711 een staafje goud en enig zilver, dat hij buiten de stad wist te verkopen. In 1715 stal hij wederom zilver dat hij door zijn dochters binnen de stad liet verkopen. Zij liepen tegen de lamp waarna hun vader gevangen werd genomen. Matthijs van Beeck werd verbannen uit de stad en haar vrijheid. Zijn dochters werden vrijgesproken.

terug

www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman