Johan Sebastiaan van Naamen, gedoopt in Buren op 21 oktober 1731, muntmeester in Utrecht tussen 1782 en 1797, overleden in Amsterdam op 18 februari 1812.

Johan Sebastiaan van Naamen was onder meer onder-koopman van de VOC en advocaat-fiscaal bij het Hof te Kaapstad. Hij werd in 1782 benoemd tot muntmeester van Utrecht, een functie die hij voor die tijd ook had vervuld in Batavia. Op 18 februari 1783 kregen hij en zijn vier kinderen het burgerschap van de stad Utrecht. Van Naamen overwoog in 1784 te vertrekken om muntmeester te worden aan de Hollandse Munt in Dordrecht. De Staten van Utrecht wisten hem daarvan te weerhouden. In november 1796 maakte hij bekend de functie van muntmeester te willen neerleggen en droeg als zijn opvolger Langerack du Marchie Servaas voor. In mei daaropvolgend werd Van Naamen door hem opgevolgd.
Van Naamen woonde ten tijde van de inning van de honderdste penning in de ambtswoning aan de Oudegracht samen met de adjunct-muntmeester Mahne. Vanaf 1796 liet hij zich heer van Scherpenzeel noemen.


Hij is getrouwd in het jaar 1763, op 32-jarige leeftijd met
Alberta Blanckenberg.

Uit dit huwelijk:

terug

www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman