Balthazar Elias Abbema, geboren in Rhenen op 29 november 1739, waardijn in Utrecht tussen 1764 en 1770, overleden in Amsterdam in september 1805, zoon van Jan Frederik Abbema (kapitein) en Jacoba Mathia Smissaert.
Balthasar Elias Abbema werd tot waardijn benoemd in maart 1764. In 1765 verbleef hij gedurende vier maanden buiten de stad en werd zijn ambt waargenomen door Stuijvesande. Dat hij het waardijnschap niet altijd volledig serieus nam blijkt uit de berisping van de Staten in 1766 waarin Abbema werd gemaand zijn post beter waar te nemen en zich niet meer zonder verlof buiten de stad te begeven. Als hij zijn werkzaamheden buiten de stad belangrijker vond, moest hij zijn ontslag maar indienen. Ook in 1768 verbleef Abbema buiten de stad en werd zijn functie tijdelijk waargenomen door de essayeur. Na zijn huwelijk in 1770 nam hij ontslag als waardijn en werd compagnon in de handelsonderneming van zijn zwagers.
Abbema vetrok naar Amsterdam en werd daar Raad in de Vroedschap. In 1787 moest hij vanwege zijn politieke voorkeur vluchten naar Parijs. Na de Bataafse omwenteling in 1795 keerde hij terug naar Amsterdam waar hij overleed. Zijn lichaam werd naar Maarssen overgebracht en daar in de Oude Kerk bijgezet.
Hij is getrouwd in Amsterdam in het jaar 1770 voor de kerk, op 31-jarige leeftijd met
Anna Elisabeth van Marselis.
www.silverresearch.org