Johan van Romond, gedoopt in de Dom op 11 juli 1714 (doopgetuige was zijn grootmoeder Maria Siwaerts Out), muntmeester in Utrecht tussen 1734 en 1738, overleden op 15 juli 1790, begraven in de Buurkerk op 26 juli 1790, zoon van Sibertus van Romond (muntmeester) en Alarda Cornelia van Bronkhorst.
Johan van Romond volgde in 1734 Hendrik Eijk op als muntmeester en betaalde daarvoor zesduizend gulden. Hij leende achtduizend gulden van de zusters Aletta en Maria van Mansvelt en vierduizend gulden van Beatrix Maria van Bueren om te kunnen beginnen als muntmeester. In 1738 beschuldigde essayeur Arnold Eliot hem, munten te maken van te laag gewicht en met een slecht gehalte. Naar aanleiding van deze beschuldiging, diende Van Romond zijn ontslag in. Hij woonde ten tijde van het muntmeesterschap in de ambtswoning aan de Oudegracht.
Zijn zoon Adriaan trouwde met Maria Buck, dochter van de Dordtse muntmeester Otto Buck.
Hij is getrouwd in de Dom op 29 oktober 1736 voor de kerk, op 22-jarige leeftijd met zijn nicht
Alarda Cornelia van Romond (22 jaar oud), gedoopt in de Dom op 17 december 1713, overleden op 24 april 1779, begraven in de Buurkerk op 3 mei 1779, dochter van Diderik van Romond (canonick ten Dom) en Elisabeth Waterman.
www.silverresearch.org