Sibertus van Romond, gedoopt op 15 mei 1684, muntmeester in Utrecht tussen 1710 en 1732, overleden op 10 maart 1732, begraven in de Buurkerk op 17 maart 1732, zoon van Jan van Romond (muntmeester) en Maria Siwaerts Out.
Sibertus van Romond werd in 1710 benoemd tot muntmeester op voordracht van het College van Raden en Generaalmeesters en zou het ambt bekleden tot aan zijn dood. Door het goud- en zilversmidsgilde te Delft werd hij in 1720 beschuldigd van het slaan van munten met een te laag gehalte. Dit geschil werd onderling geschikt.
Samen met andere leden van de familie was hij sterk betrokken bij de actiehandel van 1720 in Utrecht, Rotterdam en Harlingen, en belegde in 1723 geld in de WIC. Hij woonde ten tijde van het muntmeesterschap in de ambtswoning aan de Oudegracht bij de Viebrug. Hij was in 1730 kerkmeester van de Buurkerk.
Hij is getrouwd in het Anthoniegasthuis op 25 november 1710 voor de kerk (getuigen waren zijn moeder Maria Siwaerts Out, haar moeder Aletta Ploos van Amstel en haar vader Adriaen van de Bronckhorst), op 26-jarige leeftijd (1) met
Alarda Cornelia van Bronkhorst (21 jaar oud), gedoopt in de Buurkerk op 1 april 1689 (doopgetuigen waren Allerda van Hollandt, wed Nicolaas Ploos van Amstel, Alida van Bronckhorst en Adriaen van Hove), overleden op 18 september 1718, begraven in de Buurkerk op 26 september 1718, dochter van Adriaen van de Bronckhorst (1689 advocaat en secr van Duitse Orde te Utrecht) en Aletta Ploos van Amstel.
Uit dit huwelijk:
Johan van Romond volgde in 1734 Hendrik Eijk op als muntmeester en betaalde daarvoor zesduizend gulden. Hij leende achtduizend gulden van de zusters Aletta en Maria van Mansvelt en vierduizend gulden van Beatrix Maria van Bueren om te kunnen beginnen als muntmeester. In 1738 beschuldigde essayeur Arnold Eliot hem, munten te maken van te laag gewicht en met een slecht gehalte. Naar aanleiding van deze beschuldiging, diende Van Romond zijn ontslag in. Hij woonde ten tijde van het muntmeesterschap in de ambtswoning aan de Oudegracht.
Zijn zoon Adriaan trouwde met Maria Buck, dochter van de Dordtse muntmeester Otto Buck.
Hij is getrouwd in de Dom op 29 oktober 1736 voor de kerk, op 22-jarige leeftijd met zijn nicht Alarda Cornelia van Romond (22 jaar oud), gedoopt in de Dom op 17 december 1713, overleden op 24 april 1779, begraven in de Buurkerk op 3 mei 1779, dochter van Diderik van Romond (canonick ten Dom) en Elisabeth Waterman.
Hij is getrouwd in de Janskerk op 5 december 1719 voor de kerk (getuigen waren zijn schoonvader Rudolphus Anthonis van Muijden, zijn schoonmoeder Barbara Tonneman, zijn moeder Maria Siwaerts Out en zijn vader Jan van Romond), op 35-jarige leeftijd (2) met
Maria Christina van Muyden (31 jaar oud), gedoopt in de Jacobikerk op 29 maart 1688, overleden op 17 mei 1754, begraven in de Janskerk op 27 mei 1754, dochter van Rudolphus Anthonis van Muijden en Barbara Tonneman.
(Zij is later getrouwd in de Catharijnekerk op 23 november 1732 voor de kerk, op 44-jarige leeftijd met Isaac Ferdinand Godin, raad in de vroedschap.)
www.silverresearch.org