François Elioth, gedoopt in de Dom op 13 maart 1664 (doopgetuigen waren Johan van Rijnevelt en zijn grootvader Arnoldus Teeckman), essayeur in Utrecht tussen 1692 en 1727, waardijn aldaar tussen 1692 en 1727, overleden op 4 augustus 1727, zoon van Frederik Elioth (waardijn, essayeur en zilversmid) en Maria Teeckman.

In 1692 werd François aangesteld tot waardijn en essayeur om zijn vader in die functies bij te staan. Hij was in 1693 naast essayeur en waardijn ook brouwer van brouwerij De Croon. In 1695 volgde hij definitief zijn vader op.
François Eliot had in 1705 zijn tante Catharina Houwert bij zich inwonen. Zij droeg al haar goederen aan hem over in ruil voor inwoning en een fatsoenlijke begrafenis. Eliot bezat een huis aan de Watersteeg en een hofstede met bouwland bij Zuilen.
Zijn zoon Frederik werd essayeur en waardijn van de VOC en zoon Arnold volgde zijn vader op als essayeur en waardijn.

Hij is getrouwd in Amsterdam op 21 december 1690, ondertrouwd aldaar op 14 december 1690 voor de kerk (getuige was J. Bicker), op 26-jarige leeftijd met
Margrita de Sandra (18 jaar oud), gedoopt in de Nieuwe Kerk (Amsterdam) op 1 mei 1672, overleden op 15 oktober 1723, begraven in de Regulierskerk op 25 oktober 1723, dochter van Jan de Sandra en Magdalena van Outvorst.

Uit dit huwelijk:

Arnoldus Eliot volgde zijn opleiding tot essayeur bij Johannes Gril, essayeur van de Wisselbank in Amsterdam. Hij werd tot essayeur en waarnemend waardijn benoemd in augustus 1727. Een jaar later werd hij definitief met het waardijnschap vereerd. Eliot beschuldigde in 1738 muntmeester Van Romond van het maken van slechte munten, wat uiteindelijk tot het ontslag van de muntmeester leidde. Behalve gehalteonderzoek voor de Munt, verrichtte Eliot ook gehalteonderzoek voor zilversmeden in de stad. In 1762 verzocht hij de Staten om geassisteerd te worden door zijn zoon Leendert Jan. Na zijn overlijden in 1764 nam Leendert Jan de beide ambten waar.
Eliot verkocht in 1729 een huis aan de Mariaplaats. Hij bezat en bewoonde van 1730 tot 1747 het huis genaamd de Maagd van Gent aan de Ganzenmarkt. In augustus 1756 werd Eliot voor het gerecht gedaagd vanwege een nog openstaande schuld van bijna zestien gulden voor de overname van een tuin gelegen onder Oostveen. In 1757 eiste hij voor het gerecht tweeënhalve gulden van de zilversmid Adam Visch voor essaailoon. Eliot moest nogmaals voor het gerecht verschijnen in 1769 toen hij nog ruim zeven gulden aan wasloon schuldig was aan Willem Vermeer.


Hij is getrouwd in Amsterdam, getrouwd in de Dom op 21 oktober 1727 voor de kerk, op 22-jarige leeftijd (1) met Barendina van den Velden, afkomstig uit Enkhuizen, overleden op 24 mei 1735, begraven in de Buurkerk op 6 juni 1735, dochter van ... van den Velden.
Hij was gehuwd (2) met Anna Catharina Lindenbergh, overleden op 3 september 1762, begraven in de Buurkerk op 13 september 1762.

terug

www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman