Frederik Elioth, geboren rond 1609, waardijn tussen 1650 en 1695, essayeur tussen 1664 en 1695, overleden op 29 december 1695, begraven in de Regulierskerk op 6 januari 1696, zoon van François Elioth (goudsmid en zilversmid) en Cecilia Balthasarsdr Toxites.
In 1625 ging Eliot in de leer als zilversmid en trad in 1637 als meester toe tot het goud- en zilversmidsgilde. Binnen het gilde bekleedde hij meermaals en langdurig de functies van keurmeester en deken. Gedurende zijn aanstelling aan de Munt bleef Eliot ook werkzaam als zilversmid. Voor de stad vervaardigde hij de zilveren knoppen aan de pedellenstaven en voor de oud-katholieke kerk van Oudewater en de evangelisch-lutherse gemeente van Utrecht nog enkele stukken kerkelijk zilverwerk. In 1650 werd Eliot als waardijn toegevoegd om de reeds op hoge leeftijd verkerende Van Capel terzijde te staan. In april 1651 volgde hij Van Capel definitief op. Op verzoek van Eliot werd hem in 1664 ook het essayeurschap verleend. Op verzoek van de Staten van Utrecht maakte Eliot in 1671 een dienstreis naar Den Haag om de werking en aanbesteding van een schroefpers te bekijken.
Buiten de stad bezat Eliot enkele kavels bouwland, alsmede een boomgaard met een huis bij Zuilen.
Frederik Eliot was een zwager van de kunstschilder Jacob Marel.
Hij is getrouwd in de Catharijnekerk op 7 februari 1643 voor de kerk, op ongeveer 34-jarige leeftijd (1) met
Agnes Havard (ongeveer 25 jaar oud), geboren rond 1618, overleden op 7 mei 1662, begraven in de Regulierskerk op 20 mei 1662, dochter van ... Havard.
Hij is getrouwd in de Catharijnekerk op 2 december 1662 voor de kerk, op ongeveer 53-jarige leeftijd (2) met
Maria Teeckman, overleden op 6 april 1664, begraven in de Catharijnekerk op 12 april 1664, dochter van Arnoldus Teeckman (bedienaar der goddelijks woorts en predikant) en Margareta Paas.
Uit dit huwelijk:
In 1692 werd François aangesteld tot waardijn en essayeur om zijn vader in die functies bij te staan. Hij was in 1693 naast essayeur en waardijn ook brouwer van brouwerij De Croon. In 1695 volgde hij definitief zijn vader op.
François Eliot had in 1705 zijn tante Catharina Houwert bij zich inwonen. Zij droeg al haar goederen aan hem over in ruil voor inwoning en een fatsoenlijke begrafenis. Eliot bezat een huis aan de Watersteeg en een hofstede met bouwland bij Zuilen.
Zijn zoon Frederik werd essayeur en waardijn van de VOC en zoon Arnold volgde zijn vader op als essayeur en waardijn.
Hij is getrouwd in Amsterdam op 21 december 1690, ondertrouwd aldaar op 14 december 1690 voor de kerk (getuige was J. Bicker), op 26-jarige leeftijd met Margrita de Sandra (18 jaar oud), gedoopt in de Nieuwe Kerk (Amsterdam) op 1 mei 1672, overleden op 15 oktober 1723, begraven in de Regulierskerk op 25 oktober 1723, dochter van Jan de Sandra en Magdalena van Outvorst.
Hij is getrouwd in het Anthoniegasthuis op 11 juli 1665 voor de kerk (getuigen waren Caspar Tieseman voor bruidegom en Jan Haring, haar oom), op ongeveer 56-jarige leeftijd (3) met
Anna van Hogenhoeck, overleden op 2 december 1672, begraven in de Regulierskerk, dochter van ... van Hogenhoeck.
Uit dit huwelijk:
Hij is getrouwd in de Jacobikerk op 17 september 1674 voor de kerk (getuigen waren zijn zwager Johan van Hogenhoeck en zijn behuwdzwager Cornelis Bosch), op ongeveer 65-jarige leeftijd (4) met
Cornelia van Vollenhoven, overleden op 12 juni 1706, begraven in de Catharijnekerk op 21 juni 1706, dochter van ... van Vollenhoven.
(Zij is eerder getrouwd voor 1674 met Peter Schellekens, overleden voor september 1674.)
www.silverresearch.org