Christiaan Jacobus Godron, gedoopt in de Dom op 23 augustus 1772, muntgezel in 1796 of 1797, muntgezel na 1798, smidmeester na 1804, zoon van Nicolaas Godron (smidmeester) en Johanna Maria de Roijere.
In 1796 werd Christiaan Jacobus Godron genoemd als leerling op de Munt en verzocht hij benoemd te worden tot gezel. Hij legde de eed als muntgezel af op 9 september 1796. Bij het aantreden van de nieuwe muntmeester in 1797 liet hij zich negatief over hem uit. De muntmeester zag hier voldoende reden in om Godron te ontslaan. In mei 1798 verzocht hij het provinciaal bestuur om in zijn post te worden hersteld en tevens om schadeloos gesteld te worden voor de periode dat hij buiten functie was geweest. Hij werd in zijn functie hersteld, maar kreeg geen schadeloosstelling. Vanaf 1805 werd Godron genoemd als smidmeester, de functie die hij na 1806 aan de Koninklijke Munt en volgende munthuizen bleef vervullen.
In het register voor de inning van de honderdste penning in 1793 gaf hij op als muntgezel te werken aan de Munt, maar in dat jaar ontbreekt zijn naam in het Instructieboek. Hij woonde op dat moment in de Kalverstraat.
Hij was gehuwd (1) met
C. Houdijk.
Hij is getrouwd in Blauwkapel op 13 november 1796 voor de kerk, op 24-jarige leeftijd (2) met
Clasina Johanna Koppedrajer, overleden op 13 december 1804, begraven in de Mariakerk op 24 december 1804.
Hij is ondertrouwd op 28 april 1805 en getrouwd in de Catharijnekerk op 14 mei 1805 voor de kerk, op 32-jarige leeftijd (3) met
Geertruijda van de Rest.
www.silverresearch.org