Nicolaas Godron, gedoopt in de Catharijnekerk op 20 augustus 1743, muntgezel tussen 1765 en 1798, smidmeester tussen 1792 en 1798, overleden op 19 januari 1798, begraven in de Weeskerk op 29 januari 1798, zoon van Jacobus Godron (muntgezel) en Helena Boompkens.
Nicolaes Godron wordt voor het eerst als muntgezel genoemd bij zijn huwelijk in 1765. In 1767 droegen de Staten hem en Johan Hendrik Groothuijsen op, zich beter aan hun instructie te houden en het personeel onder hem met bescheidenheid te behandelen. In 1797 beklaagde hij zich over de nieuwe muntmeester (Langerack du Marchie Sarvaas), die daarin voldoende reden zag om hem te ontslaan.
Ten tijde van de inning van de honderdste penning in 1793 had hij zes kinderen en woonde in de Zakkendragerssteeg.
Hij is getrouwd in de Jacobikerk op 12 december 1765 voor de kerk, op 22-jarige leeftijd met
Johanna Maria de Roijere.
In 1796 werd Christiaan Jacobus Godron genoemd als leerling op de Munt en verzocht hij benoemd te worden tot gezel. Hij legde de eed als muntgezel af op 9 september 1796. Bij het aantreden van de nieuwe muntmeester in 1797 liet hij zich negatief over hem uit. De muntmeester zag hier voldoende reden in om Godron te ontslaan. In mei 1798 verzocht hij het provinciaal bestuur om in zijn post te worden hersteld en tevens om schadeloos gesteld te worden voor de periode dat hij buiten functie was geweest. Hij werd in zijn functie hersteld, maar kreeg geen schadeloosstelling. Vanaf 1805 werd Godron genoemd als smidmeester, de functie die hij na 1806 aan de Koninklijke Munt en volgende munthuizen bleef vervullen.
In het register voor de inning van de honderdste penning in 1793 gaf hij op als muntgezel te werken aan de Munt, maar in dat jaar ontbreekt zijn naam in het Instructieboek. Hij woonde op dat moment in de Kalverstraat.
www.silverresearch.org