Jan ter Engel, gedoopt in de Janskerk op 5 december 1723, leerling in het jaar 1736, werkzaam op de Munt in het jaar 1744, zoon van Hermannus ter Engel en Johanna Dassingi.
In 1744 werkte Jan ter Engel als arbeider aan de Munt. Hij had goud van zichzelf meegenomen naar zijn werk om het te vermunten. Toen zijn frauduleuze praktijken bekend werden, vluchtte hij naar Amsterdam. Daar bezocht hij Carl Christiaan Novisadi, broer van muntmeester Johan Ernst Novisadi, met een verzoek om vergiffenis.
www.silverresearch.org