Jan Jansz van Rijnevelt, muntmeester in Utrecht tussen 1662 en 1673, overleden op 18 februari 1680, begraven in de Buurkerk op 1 maart 1680, zoon van Jan Dircksz van Rijnevelt (zilversmid) en Aeltgen Jans van Schendel.

Johan van Rijnevelt werd in 1618 leerling van het goud- en zilversmidsgilde, tot welk gilde hij in 1636 als meester toetrad. Binnen het gilde bekleedde hij diverse bestuursfuncties. Op 25 november 1662 werd hij benoemd tot muntmeester, maar bleef ook actief in het goud- en zilversmidsgilde. In 1667 combineerde hij het muntmeesterschap met het decanaat van het gilde. Johan van Rijnevelt werd in 1668 benoemd tot voogd over François, zoon van Frederik Eliot, op dat moment de waardijn aan de Utrechtse Munt. Van Rijnevelt werd door het gerecht enige malen veroordeeld, omdat hij als muntmeester zilver inkocht onder de hem bij wet opgelegde minimumprijs. In 1673 eiste het gerecht een boete van vijfduizend gulden, omdat hij zilver had ingekocht ondanks dat dit door de overheid verboden was. Tot een veroordeling is het niet gekomen.
Van Rijnevelt bekleedde verschillende publieke functies en had in 1660 zitting in de Utrechtse Vroedschap. In 1675 machtigde hij Bonaventuer Elsevier, koopman te Amsterdam, om een aandeel in de WIC te verkopen.

Hij is getrouwd in de Catharijnekerk op 7 november 1637 voor de kerk met
Jacomina Wernersdr van Velthuijsen, overleden op 11 september 1682, begraven in de Buurkerk op 25 september 1682, dochter van Warner Jacobsz van Velthuijsen en Maychje van Mansfelt.

Uit dit huwelijk:

terug

www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman