Victor Valentijn Koningsberger, geboren in 's-Gravenhage, gedoopt op 28 november 1736 (Evangelisch Luthers), nieuwe burger op 21 september 1765, essayeur in Utrecht tussen 1765 en 1799, overleden op 17 oktober 1799, begraven in de Buurkerk op 28 oktober 1799, zoon van Johan Jacob Koningsberger en Catharina Margaretha Vuirysen.

Victor Valentijn Koningsberger vestigde zich in 1759 als juwelier in Utrecht en werd lidmaat van de evangelisch-lutherse gemeente. Hij werd in april 1765 tot essayeur benoemd en legde op 20 september 1772 ook de eed af om bij absentie van de waardijn die functie te bekleden. Hij legde nogmaals de eed af als waarnemend waardijn in 1789 en 1798 en werd geautoriseerd om bij de muntbusopening de functie van waardijn waar te nemen.
In september 1765 verwierf hij het burgerschap van Utrecht. Ten tijde van de inning van de honderdste penning in 1793 woonde hij in de Ambachtstraat. Bij hem woonden toen in: de weduwe Van Geelen, zijn zoon Valentijn en Christina Achterberg, de dienstmeid. Bij zijn overlijden woonde Koningsberger in bij Jan van Tooren, waarvoor hij per halfjaar kostgeld betaalde. Om het laatste halfjaar betaald te krijgen, moest Van Tooren de erven van Koningsberger voor het gerecht dagen. Zijn zoon weigerde de nalatenschap, maar zou uit kinderplicht wel zorg dragen voor de begrafenis. Zoon Victor Jacob Koningsberger was adjunct-essayeur.

Hij is getrouwd in de Janskerk op 20 juni 1765 voor de kerk, op 28-jarige leeftijd met
Gerarda Bosch, overleden op 7 november 1775, begraven in de Lutherse Kerk op 21 november 1775, dochter van Hendricus Bosch en Aletta Ruyter.

Uit dit huwelijk:

Victor Jacob Koningsberger legde voor het eerst de eed als adjunct-waardijn af in 1792 en voor het laatst in 1795. Hij werd in november 1798 door de Staten benoemd om de post van waardijn waar te nemen.
Hij weigerde de erfenis van zijn vader, maar droeg wel zorg voor de begrafenis.
Hij werd in 1791 lidmaat van de evangelisch-lutherse gemeente.

terug

www.silverresearch.org
© Luijt/Houtman