De essayeur controleerde het goud- en zilvergehalte van de inkomende grondstoffen, van het muntmateriaal gedurende het productieproces en van de vervaardigde munten. Hij was binnen de Munt de verantwoordelijke voor het juiste goud- en zilvergehalte. De essayeur had vaak een opleiding tot goud- of zilversmid gevolgd en meestal ervaring opgedaan in het keuren van goud en zilver als keurmeester bij het goud- en zilversmidsgilde.
Op basis van zijn bevindingen werd de volgende productiestap ondernomen of het materiaal opnieuw gezuiverd. De essayeur was aanwezig bij de muntbusopeningen en stond dan ter verantwoording. Samen met de essayeur-generaal voerde de essayeur tijdens de muntbusopening de gehaltebepaling van de gebuste munten uit.
De essayeur was evenals de muntmeester een zelfstandig ondernemer die behalve analyses voor de Munt ook op persoonlijke titel gehaltebepalingen uitvoerde voor kooplieden en goud- en zilversmeden. Evenals de waardijn benoemde de Staten de essayeur in principe voor het leven. Voor zijn werk werd hij deels betaald door de muntmeester en deels door de Staten. Net als de muntmeester en de waardijn, genoot ook de essayeur vrijdom van wacht en diverse imposten. In de meeste gevallen moest hij daar net als de waardijn dan wel om verzoeken.